Wat gebeurt er en wat moet er gedaan worden als de pH-waarden niet binnen het gewenste bereik liggen?
Te lage pH-waarden
Er zijn verschillende redenen die kunnen verklaren waarom de pH-waarden te laag zijn, bijvoorbeeld als de pH-instelling voor irrigatie lager is dan 5,3, en de samenstelling van het bemestingsrecept niet gunstig is (bijv. te veel ammoniumfosfaat of ammoniumnitraat). Het is ook mogelijk dat die plant te generatief is, en misschien ook andere planten.
Bij het nemen van maatregelen om de pH van een wortelzone te corrigeren, is het mogelijk de instelling van het pH-irrigatieschema te verhogen naar 6,0. Wanneer het bemestingsrecept wordt gewijzigd kan de NH4+-hoeveelheid worden verminderd. Ook is het mogelijk de lengte te verminderen maar de frequentie van de irrigatiebeurten te verhogen. Tot slot: breng het gewas naar een meer uitgebalanceerde toestand; wanneer het te generatief is, moet men richting vegetatieve groei sturen. Dat kan worden gedaan door het aantal knoppen, bloemen of vruchten te verminderen (afhankelijk van het gewas).
Verder is er een ander risico dat vermeld moet worden, dat zich voordoet wanneer de pH van de irrigatieoplossing onder de 4,5 daalt. Deze zure oplossing brengt het risico met zich mee dat de vezels van de steenwol afbreken, wat kan leiden tot het instorten van het gebruikte steenwolproduct.
Te hoge pH-waarden
Bij te hoge pH-waarden zal het meeste wat hierboven beschreven is waarschijnlijk het tegenovergestelde zijn; daarom is het mogelijk dat de pH-instelling van de irrigatie hoog staat (boven 6), of dat de planten niet in balans zijn en te vegetatief. Om dit aan te pakken zijn er verschillende mogelijke acties. Allereerst moet ervoor gezorgd worden dat de pH-waarde van de irrigatie-instelling verlaagt wordt. Vervolgens kan de NH4+-hoeveelheid in het bemestingsrecept worden verhoogd en de rest van het recept uiteraard dienovereenkomstig worden aangepast (bijv. verhoog Fe3+, enz.). Wat betreft de irrigatiebeurten, deze moeten minder vaak plaatsvinden maar langer duren. Tot slot is het belangrijk dat gewassen in balans zijn voor de beste resultaten; daarom kan het sturen naar meer generatieve planten helpen (bijv. bladverwijdering, behoud van meer knoppen/bloemen/vruchten, enz.).
Tot slot, wanneer de pH van de wortelzone gemeten wordt, moet deze zich binnen het bereik van 5,5 tot 6,5 bevinden. Wanneer deze hoger of lager is dan dit bereik, moeten correcties worden doorgevoerd. Meestal gebeurt dit door het voedingsrecept dat bij het irrigatiesysteem hoort aan te passen. Raadpleeg dit artikel voor meer informatie over hoe u de pH kunt meten en voortdurend controle over de pH kunt houden. Al met al zal de pH van de wortelzone uiteraard variëren tijdens de teelt. Daarom is het cruciaal om de pH-waarden te monitoren en waar nodig aan te passen om gezonde gewassen en een hoge kwaliteit opbrengst te behouden.